Jarno van Landman Siermetaal dacht lange tijd dat een geavanceerde buislaser alleen was weggelegd voor de grote industriële spelers. Toch zocht hij, met de bedrijfsovername in zicht, naar een manier om het familiebedrijf minder afhankelijk te maken van arbeidsintensief handwerk. Samen met Lumixz werd de stap naar automatisering gezet. Het productieproces is nu sneller en strakker dan ze ooit voor mogelijk hielden. Jarno vertelt hoe het ‘ondenkbare’ werkelijkheid werd: “We maken nog steeds maatwerk, maar nu op een manier die past bij deze tijd.”
In het hart van de Veluwe vinden we Landman Siermetaal. Een familiebedrijf pur sang dat al achtentwintig jaar een vaste waarde is in de regio. Aan het roer van de dagelijkse operatie staat Jarno Landman, drieëntwintig jaar jong en vol ambitie. Hij zit momenteel midden in het proces van de bedrijfsovername van vader op zoon. Waar zijn vader het bedrijf heeft opgebouwd met vakmanschap en hard werken, kijkt Jarno met een frisse blik naar de toekomst. Het doel is helder: het bedrijf klaarmaken voor de volgende generatie door traditie te combineren met moderne technologie.
Landman Siermetaal is geen standaard constructiebedrijf, vertelt Jarno. “We zijn gespecialiseerd in het vervaardigen van sierhekwerk, inrijpoorten, schuifpoorten en loophekken. Dit doen we voornamelijk voor de zakelijke markt; we fungeren als de productiepartner voor andere hekwerkbedrijven in heel Nederland en zelfs in Duitsland.” Het is, zoals Jarno het zelf omschrijft, ‘seriematig maatwerk’. Elk project is anders, maar de volumes zijn groot. Precies op dat snijvlak van volume en maatwerk ontstond de behoefte aan verandering. Een verandering die begon met een gedurfde visie van de zoon en een aanvankelijk sceptische vader.
Tot voor kort zag de werkplaats in Nunspeet er heel anders uit. De productie van een sierhekwerk was een proces van vele handelingen, fysieke arbeid en, eerlijk is eerlijk, een aanzienlijke foutgevoeligheid. "Vroeger deden we alles met de hand,” legt Jarno uit. “Als we een spijlenhekwerk moesten maken, waren dat zeker vijf losse handelingen per spijl."
Het proces was tijdrovend. Eerst moest het staal op maat gezaagd worden met een halfautomatische zaagmachine. Vervolgens gingen de kokers naar de kolomboormachine. Daar moest elk gat handmatig afgetekend en geboord worden. “Iedereen die wel eens met staal werkt, kent het risico: een boor die net even wegloopt, waardoor het gat niet exact in het midden zit. Na het boren moesten de gaten vaak nog geponst worden en uiteindelijk moest de koker dichtgeperst worden met een buisje erin voor de afwerking.”
Het was werken vanaf een 'kladje'. De jongens in de werkplaats kregen een krabbel op papier en moesten daar hun weg in vinden. Dat vergde niet alleen veel tijd, maar zorgde ook voor een hoge mate van afhankelijkheid van het personeel. Als de vaste vakman ziek was, lag de productie stil of daalde de kwaliteit. "Je bent in de oude situatie gigantisch afhankelijk van de handjes," blikt Jarno terug. "En we weten allemaal hoe lastig het is om goed technisch personeel te vinden. We moesten iets doen om minder kwetsbaar te zijn."
De wens om te automatiseren kwam niet uit de lucht vallen, maar stuitte eerst op weerstand. Voor Jarno’s vader was de aanschaf van een buislaser lange tijd simpelweg ‘ondenkbaar’. In zijn optiek waren dergelijke machines veel te duur voor een MKB-bedrijf van hun omvang. De perceptie was dat lasersnijders voorbehouden waren aan de giganten in de staalindustrie, niet voor een siermetaalbedrijf in Nunspeet.
Jarno nam echter geen genoegen met die aanname. Hij zag om zich heen dat de markt veranderde. "Waarom kunnen andere bedrijven het wel?" vroeg hij zich hardop af. Hij begon te rekenen. Hij keek niet alleen naar de aanschafprijs, maar naar de verborgen kosten van de huidige werkwijze: de uren die verloren gingen aan boren en zagen, de faalkosten door menselijke fouten en de rem op de groei door het personeelstekort.
"Het was eigenlijk een simpele rekensom," vertelt Jarno. "We willen groeien en de kwaliteit verhogen. Maar we kunnen er niet zomaar vijf man bij vinden. We moesten de efficiëntie in de productie verhogen zónder afhankelijk te zijn van extra personeel. Toen ik dat plaatje compleet had, begon mijn vader de voordelen ook te zien.